Bij PRK wordt, na verdoven van het oog met druppels, het bovenste deklaagje van het hoornvlies, het epitheel, verwijderd. Dit kan gebeuren op verschillende manieren. Het epitheel kan worden weggeschraapt met een spatel of speciale borstel. Het epitheel kan worden losgeweekt met een alcoholoplossing en dan verwijderd ( LASEK), of het epitheel kan worden verwijderd met een gemechaniseerde keratoom met een botte scalpel (Epi-Lasik).
Na verwijderen van het epitheel wordt de laserbehandeling uitgevoerd op dezelfde manier als bij Lasik . Op het einde van de ingreep wordt een verbandcontactlens aangebracht voor de pijnbeheersing. De eerste uren na de behandeling is het zicht vrij behoorlijk en de pijn minimaal. Na uitwerken van de verdoving zal de patiënt echter meer en meer ongemak krijgen. Men krijgt een schurend en branderig gevoel, alsof er zand in het oog zit, men wordt lichtgevoelig en het oog traant overvloedig. Ook het zicht verslechtert en alles wordt wazig. Deze fenomenen zijn het meest uitgesproken de dag na de behandeling en beginnen dan geleidelijk te verbeteren. Bij de meeste patiënten is het ongemak verdwenen de derde dag na de ingreep. Het zicht is meestal grotendeels herwonnen de vijfde of zesde dag na de ingreep.
Het uiteindelijke resultaat is op het einde van de rit even goed als na LASIK.
|
 |