oogoperatie bij Bolc

Refractieve oogoperatie: Wat zijn lensinplantingen?

In geval van hoge bijziendheid of verreziendheid kan de excimerlaser tegenaangewezen zijn. In deze gevallen is het mogelijk een lensje in het oog te brengen om de afwijking te corrigeren.
Implantlenzen zijn lenzen die binnen in uw oog geplaatst worden. Er kan ofwel een lens bijgeplaatst worden, of de eigen ooglens kan vervangen worden door een nieuwe lens.

A) BIJZETLENZEN:

Bijzetlenzen worden gebruikt bij jongere patiënten (minder dan 50 jaar) die niet in aanmerking komen voor een excimerlasercorrectie. Meestal zijn dit patiënten met een hoge afwijking van meer dan -10 of +5 dioptrie, of bij patiënten die een te dun hoornvlies hebben .Deze patiënten beschikken nog over voldoende accomodatievermogen (het vermogen om de eigen ooglens bol te trekken met de inwendige oogspiertjes) om te kunnen lezen zonder leesbril.
Voorwaarde voor het plaatsen van deze lenzen is wel dat er voldoende plaats is in het oog. De voorste oogkamer (het stuk tussen hoornvlies en regenboogvlies) moet diep genoeg zijn. Er moeten ook voldoende endotheelcellen zijn (de cellen van het hoornvlies die het hoornvlies droog pompen en zo het hoornvlies doorschijnend houden). Er worden twee types bijzetlenzen gebruikt: de iriscliplens (Artisanlens of Verisyselens) en de sulcusgeplaatste lens ( ICL en PRL).

refractieve oogoperatie






1. IRISCLIPLENS:

Deze lens wordt in de voorste oogkamer gebracht door een sneetje van +/- 6mm. Vervolgens wordt deze lens vastgeclipt op het regenboogvlies met behulp van twee klauwen die vasthangen aan de lens. Vandaar ook de engelse naam ‘irisclawlens’. De wonde wordt gehecht met heel fijne draad.
Intussen bestaat er ook een plooibare versie van deze lens, zodat ze kan ingebracht worden door een kleinere insnede van ongeveer 3 mm. Hierdoor is er meestal geen hechting nodig en is er een snellere genezing.

Voordelen: deze lens wordt reeds lang gebruikt (meer dan 20 jaar) en hierdoor weten we dat er een zeer goed veiligheidsprofiel is met deze lens. Zo is de kans op drukstijging of cataractvorming (het troebel worden van de eigen ooglens) minder groot in vergelijking met de sulcuslens.
Nadeel: indien de oudere versie van de lens gebruikt wordt is de wonde relatief groot en dient gehecht te worden. Dit geeft soms aanleiding tot vervorming van het hoornvlies (astigmatisme). Dit kan meestal opgelost worden door het verwijderen van de hechtingen 6 tot 8 weken na de operatie.

2. SULCUS GEPLAATSTE LENS:

Deze lens wordt in het oog gebracht door een sneetje van +/- 3 mm. De lens wordt geplaatst tussen regenboogvlies en eigen ooglens ( dit is de sulcus). De lens klemt zich hier vast met zijn uiteinden. Er is geen wondhechting nodig.

Voordelen: er is slechts een zeer kleine insnede nodig, zodat er geen hoornvliesvervorming (astigmatisme) optreedt. Hierdoor is er een snelle recuperatie van het zicht.
Nadeel: de lens is relatief nieuw, zodat het veiligheidsprofiel minder gekend is.

HOE WORDT DEZE INGREEP UITGEVOERD?

Deze operaties worden uitgevoerd onder algemene verdoving of onder lokale verdoving. Het is de dokter die in samenspraak met U beslist welke verdoving toegepast wordt.

NABEHANDELING

Na de operatie mag U niet wrijven in het geopereerde oog. Tevens dient U de voorgeschreven oogdruppels te druppelen volgens schema voorgesteld door uw dokter. Best is het niet te gaan zwemmen tot 3 weken na de ingreep en voorzichtig te zijn bij het sporten (fietsen kan , voetballen niet).

RISICO'S

Onder- of overcorrecties: kunnen voorkomen. Uw oogarts zal zo goed mogelijk trachten te berekenen hoe sterk het te plaatsen lensje moet zijn om een perfect resultaat te bekomen. Spijtig genoeg zijn deze methodes niet perfect, zodat men soms nog een beetje bijziend of verziend blijft. Meestal wordt in deze gevallen gekozen om de resterende afwijking bij te corrigeren met de excimerlaser. Indien hiervoor een contra-indicatie bestaat kan er soms gekozen worden om de lens te vervangen door een andere.

Cataractvorming: het troebel worden van de eigen ooglens. Dit komt voor in minder dan 1% van de operaties. Dit kan zich voordoen vrij snel na de operatie of pas jaren later. Indien door cataractvorming het zicht onvoldoende wordt kan de implantlens verwijderd worden en een cataractoperatie uitgevoerd worden. Hierbij wordt de eigen ooglens vervangen door een kunstlens, zodat U toch terug een helder zicht krijgt.

Oogdrukstijging: kan voorkomen snel na de operatie. Meestal is dit van voorbijgaande aard en kan dit opgelost worden met tijdelijke medicatie. Zeldzaam is het noodzakelijk de implantlens te verwijderen.

Maculair oedeem: is zwelling van het netvlies (film van het oog). De macula of gele vlek is het stukje netvlies waar we het scherpst mee zien. Indien dit zwelt zal het zicht niet perfect en mogelijks wat vervormd zijn. Macula oedeem komt voor in 1 op 300 operaties. Meestal is het voorbijgaand van aard, doch soms kan dit blijvend zijn. In deze gevallen kan een speciale operatie (vitrectomie) overwogen worden om het probleem alsnog op te lossen.

Infectie: is een zeer ernstige complicatie na een intra-oculaire ingreep. Dit komt voor bij 0.15% van de ingrepen en kan tot blindheid leiden. Indien zich een infectie voordoet zal U een pijnlijk, rood oog krijgen. Het is van het grootste belang dan zo snel mogelijk uw dokter te contacteren. Deze zal U dan zo snel mogelijk behandelen met de nodige medicatie.

Endotheelcelverlies: de endotheelcellen van het hoornvlies pompen het hoornvlies droog, zodat het mooi klaar en helder blijft. Na lensimplantatie kan er een versneld afsterven van de endotheelcellen optreden. Hierdoor zou het hoornvlies troebel kunnen worden. Om deze reden is het belangrijk dat U elk jaar op controle gaat bij uw oogarts. Deze kan dan door het nemen van een endotheelcelfoto nagaan of er risico van hoornvliesvertroebeling bestaat.

B) VERVANGING EIGEN OOGLENS:

Deze operatie komt overeen met een cataract of grauwe staar operatie. Cataract of het troebel worden van de ooglens komt meestal slechts voor op oudere leeftijd. Het is de meest uitgevoerde oogoperatie met een hoge succesratio.
Indien U reeds een leesbril nodig hebt, meestal vanaf 45 jaar, is het waarschijnlijk minder interessant een laseroperatie uit te voeren of een bijzetlens te plaatsen. Deze ingrepen kunnen immers het probleem van de leesbril niet oplossen. In deze gevallen is het dikwijls beter de eigen ooglens te vervangen door een kunstlens ('clear lens extraction'). Voor de kunstlens kan dan gekozen worden voor een multifocaal of accomodatief implant.

1. ACCOMODATIEF IMPLANT:

Deze lenzen werken met een verplaatsingsprincipe. Omdat de lens zich voorwaarts of achterwaarts verplaatst in het oog tijdens nabij of veraf kijken, verandert de brandpuntsafstand. Hierdoor kan men scherp kijken op afstand of nabij.



Voordelen: Met deze lenzen heeft men in principe altijd een goed zicht in de verte, ook 's nachts.
Nadelen: meestal kan men met deze lens niet echt de kleinste druk lezen zoals de beursberichten in de krant of een bijsluiter . Hierbij heeft men dan toch nog een leesbril nodig. Intermediair zicht (op 60-70 cm) daarentegen is weer uitstekend.

2. MULTIFOCAAL IMPLANT:

Deze lenzen zijn opgebouwd in concentrische ringen. Deze ringen hebben verschillende brekingswaarden. Zo heeft bijvoorbeeld het centrale lensgedeelte de waarde voor ver, de ring er rond voor dicht, die verder weer voor ver en zo verder. Het licht wordt zo gesplitst in een gedeelte voor ver en een ander gedeelte voor dicht of intermediair.

Voordelen: met deze lenzen kan men meestal de krant of een boek lezen. Bijsluiters of de beursberichten zijn zeker niet altijd mogelijk. Vertezicht is meestal zeer goed.
Nadelen: het grote nadeel van deze lenzen is de kans op minder goed zicht in het donker. Ongeveer 1 patiënt op 10 heeft last van verblindingsverschijnselen ( halo' s, sterren) 's nachts. Dit kan soms zo vervelend zijn dat autorijden onmogelijk wordt.

HOE WORDT DEZE INGREEP UITGEVOERD?

Deze ingreep wordt bijna altijd uitgevoerd onder lokale verdoving. Uw dokter kan kiezen tussen een verdoving met druppels of een spuitje. Voor de operatie worden er pupilverwijdende druppels in het oog gedruppeld.
Tijdens de operatie wordt een klein sneetje van 3 mm. in het oog gemaakt op de rand van het hoornvlies. Er wordt een ronde opening gemaakt in het lenszakje en vervolgens wordt de lens met behulp van phacoemulsificatie verpulverd en opgezogen. Nadien wordt de nieuwe lens in het oog gebracht. Meestal is er geen hechting nodig.

NABEHANDELING

Na de operatie mag U niet wrijven in het geopereerde oog. Tevens dient U de voorgeschreven oogdruppels te druppelen volgens schema voorgesteld door uw dokter. Best is het niet te gaan zwemmen tot 3 weken na de ingreep en voorzichtig te zijn bij het sporten.

RISICO'S

Onder- of overcorrecties: kunnen voorkomen. Uw oogarts zal zo goed mogelijk trachten te berekenen hoe sterk het te plaatsen lensje moet zijn om een perfect resultaat te bekomen. Spijtig genoeg zijn deze methodes niet perfect, zodat men soms nog een beetje bijziend of verziend blijft. Meestal wordt in deze gevallen gekozen om de resterende afwijking bij te corrigeren met de excimerlaser. Indien hiervoor een contra-indicatie bestaat kan er soms gekozen worden om de lens te vervangen door een andere.

Oogdrukstijging: kan voorkomen in de eerste dagen na de operatie. Meestal is dit van voorbijgaande aard en kan dit opgelost worden met tijdelijke medicatie.

Maculair oedeem: is zwelling van het netvlies (film van het oog). De macula of gele vlek is het stukje netvlies waar we het scherpst mee zien. Indien dit zwelt zal het zicht niet perfect en mogelijks wat vervormd zijn. Macula oedeem komt voor in 1 op 300 operaties. Meestal is het voorbijgaand van aard, doch soms kan dit blijvend zijn. In deze gevallen kan een speciale operatie (vitrectomie) overwogen worden om het probleem alsnog op te lossen.

Infectie: is een zeer ernstige complicatie na een intra-oculaire ingreep. Dit komt voor bij 0.15% van de ingrepen en kan tot blindheid leiden. Indien zich een infectie voordoet zal U een pijnlijk, rood oog krijgen. Het is van het grootste belang dan zo snel mogelijk uw dokter te contacteren. Deze zal U dan zo snel mogelijk behandelen met de nodige medicatie.

Secundair cataract: of nastaar is het troebel worden van het resterende lenszakje. Dit komt voor in 10 à 15 % van de operaties, meestal pas enkele maanden of jaren na de operatie. Hierdoor vermindert het zicht. Dit kan opgelost worden met een eenvoudige laserbehandeling (YAG-laser) waarbij het vliesje opengeknipt wordt met behulp van laser.

Scheuren lenszakje: kan voorkomen tijdens de operatie. Meestal kan dit door de chirurg goed opgelost worden, zonder verdere nadelen voor de patiënt. Soms is het evenwel niet mogelijk een multifocaal of accomodatief implant te plaatsen omdat de centrage niet gewaarborgd is. In deze gevallen wordt een gewone unifocale lens geplaatst. Met deze lens ziet men slechts goed op één enkele afstand, vb. voor ver, en heeft men nog een aparte leesbril nodig voor dicht. In extreme gevallen kan de eigen ooglens in het achterste ooggedeelte terecht komen. In deze gevallen zal een vitrectomie uitgevoerd dienen te worden. Scheuren in het lenszakje komen voor in 1 op 500 gevallen.